Chapter 2 of 3 · 3933 words · ~20 min read

Part 2

Verder naar het Oosten toe, van Rijnsaterswoude gaande naar Nieuwveen, komen wij in het echte polderwaterland. Door ter Aar en langs Zevenhoven. Daar zijn de Nieuwkoopsche plassen, die een waar eldorado zijn voor visschers en voor jagers. In het dorpje Noorden (pl. 79) staan nog wel enkele jachthuizen en de echte liefhebbers komen er jaarlijks een paar malen die tijdelijke woningen betrekken, om er zich eenige dagen aan hun sportvermaak te wijden.

HET GEBIED VAN DEN OUDEN RIJN.

Ik noodig U nu uit om met mij den sprong naar Leiden terug te maken van daaruit den ouden Rijn op te varen, volgend dien ouden stroom in al zijn kronkels tot Woerden. De Oude Rijn is een gekanaliseerde rivier, een, waar dus geen stroom meer in is dan alleen als er soms eens gespuit wordt, maar die toch in zijn geheel zijn rivierkarakter tot nu toe heeft behouden. Dat geeft aan dit water een groote bekoring. De vele kronkels, de plotselinge verwijdingen, zijn dikwijls van een verrassende schoonheid; de dorpjes en de gehuchten langs de oevers hebben zooveel karakteristieks en de buitenplaatsen daartusschenin zijn zoo kennelijk-antiek van bouw en aanleg, dat het een lieve lust is, om langs dezen Ouden Rijn te varen dwars door Zuid-Holland heen. Talrijk zijn de steenbakkerijen aan zijn oevers, talloos eveneens de scheepswerven: het geklop en gehamer is er niet van de lucht en heel wat—vooral ijzeren—vaartuigen glijden hier in den loop van een jaar in het Rijnwater.

De wegen langs den Ouden Rijn: ter onderscheiding Hooge en Lage Zij geheeten, zijn aan beide kanten met hooge boomen beplant. Daarvandaan heeft men een vrij uitzicht over het typisch-lage land daarneven: onderkent men er den rijkdom van den bodem door de dichtheid van de bevolking. Overal dorpen in het rond, of alleenstaande, meest groote boerenhuizingen.

Eerst komt Leiderdorp, dan komt Koudekerke. In dit laatste dorp, of althans vlak daarbij, staat een wiekenlooze molen, waar, volgens de overlevering, Rembrandt, wiens vader een welgesteld molenaar is geweest, zou hebben gewoond.

Dan komen we voorbij Oudshoorn met het oude kerkje (uit 1669) door Stalpert gebouwd en langs ’s Molenaarsbrug, de plaats waar jaarlijks duizenden Nederlandsche roeiliefhebbers de feesten van Hollandia gaan meevieren. En dan Alphen aan den Rijn (zie pl. 11 en 57).

Het centrum.

Het hart van deze bloeiende streek. Een bloeiend stedeke almede. In de oude geschiedenis bekend onder den naam Albiniana, een naam, die op hoogen ouderdom wijst. In de middeleeuwen het tooneel van vele episoden uit den feilen strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. Jacoba van Beieren versloeg er in de jaren 1425 en ’26 de laatsten op gevoelige wijze.

Even voorbij Alphen, bij de Gouwsche sluis, komt de Gouwe uit. Die loopt zuidwaarts naar Gouda, voorbij Boskoop (pl. 91). Een plaats met vele uitgebreide kweekerijen (er worden o.a. veel rhodondendrons gekweekt), vooral boomkweekerijen zijn er talrijk. Het gevolg is geweest, dat Boskoop, dat o.a. veel naar Amerika exporteert, zich in de laatste jaren sterk heeft uitgebreid.

Keeren wij nu weer terug naar onzen Ouden Rijn en vervolgen wij er onze vaart. De schoonheid van het landschap verandert niet. De wijde blik blijft, Zwammerdam passeeren wij en dan komt Bodegraven. Even daar voorbij ligt het fort Wierickerschans, dat in oorlogstijd is gebruikt als onderkomen voor geïnterneerde Engelsche officieren. Weldra komen wij dan weer in een van de oudste stadjes van Zuid Holland, in Woerden: de oude vestingstad.

De Rijn bij Woerden (pl. 25) is al zeer aantrekkelijk. Een water als dit verhoogt steeds de schoonheid van het stadsdeel, waardoor het stroomt. En zeker in een stadje als Woerden, waar alles nog spreekt van den ouden tijd. Het sterkst is dat het geval met het oude raadhuis, thans kantongerecht (pl. 1). Dat is misschien wel een der mooiste oude gebouwen van heel Nederland. Het is in de zestiende eeuw gebouwd, maar de voorgevel is uit het begin der zeventiende eeuw (1614). Als raadhuis bevatte dit schoone gebouw een prachtige raadszaal.

Behalve dit zijn er nog verschillende oudheden in dit plaatsje te bewonderen: de Stadswaag, het Gemeene-landshuis en het Kasteel.

Zoo is het gebied van den Ouden Rijn niet alleen een mooi deel van Zuid Holland uit een oogpunt van natuurschoon, maar is het ook uit hoofde van zijn geschiedenis van geen geringe beteekenis.

Van Woerden uit zuidwaarts gaande over Waarden, blijvende ten N. van den Hollandschen IJssel komen wij in het gebied van de Reewijksche en Sluipwijksche plassen.

Ook hier weer water in overvloed. Stille, mooie wateren van mysterieuze schoonheid. Veenplassen in hoofdzaak. Maar in den loop der tijden dicht begroeid met riet en langs de oevers met mooie grillig-gevormde wilgen afgezet. Een eldorado voor liefhebbers van waterland-natuurschoon. Langen tijd werden deze schoone wateren bedreigd met droogmakingsplannen, maar het gevaar, dat dit werkelijk-eenige natuurmonument verloren zal gaan, is, voor zoover wij thans kunnen zien, gelukkig voorbij (pl. 29).

Wie wat van de Reewijksche en Sluipwijksche plassen wil zien, behoeft niet op het water te zijn. Men kan een heel mooie en zeer belangwekkende fietstocht van omstreeks acht K.M. lengte er doorheen maken. Immers er loopt een uitstekende weg doorheen van Bodegraven over Sluipwijk—dat in het hart van de plassen ligt—naar Gouda.

Het land ten zuiden van den Ouden Rijn tot Den Haag behoort voor het grootste gedeelte nog tot Rijnland. Daar liggen tal van grootere en kleinere dorpen in deze bij uitstek welvarende omgeving. Zoetermeer, Zegwaard, Stompwijk, Leidschendam (pl. 74), Benthuizen, Zoeterwoude en Hazerswoude (pl. 49), Waddinxveen, Boskoop, Moerkapelle, Zevenhuizen enz.

Aan den eenen kant is Leiden en ook Alphen aan den Rijn de sleutel tot dit welvarende landbouwgebied, aan den anderen kant is dat

GOUDA.

Wij zijn in deze stad aangeland in een belangrijk centrum gelegen aan de samenvloeiing van de Gouwe (pl. 19) en den Hollandschen IJssel, aan verschillende spoor- en tramwegen en vooral aan den drukken scheepvaartweg Amsterdam–Rotterdam.

Gouda is een mooie, ruim gebouwde, echt Hollandsche stad. Het heeft een prachtig stadhuis (pl. 4), dat uit het midden der vijftiende eeuw dateert (1449), maar dat daarna nog verschillende malen verfraaid is.

Zeer bekend is de St. Janskerk of Groote Kerk, eveneens uit de vijftiende eeuw. Er liggen in deze kerk heel wat bekende Nederlanders begraven, onder dezen is Coornhert zeker wel de bekendste. De kerk bevat niet minder dan 45 gebrandschilderde ramen, waaronder er verschillende zijn van de gebroeders Dirk en Wouter Crabeth (pl. 48) beiden geboren Gouwenaars en die de glas-schilderkunst in Parijs en Italië moeten hebben geleerd.

Gouda is een heel oude stad, die reeds in 1272 van graaf Floris V stedelijke rechten kreeg en die in de Middeleeuwen ten tijde der Hoeksche en Kabeljauwsche twisten herhaaldelijk het tooneel van feilen strijd is geweest. De stad is trouwens ook, zooals het bijna alle steden in het woelige Holland gegaan is, ettelijke malen verbrand en verwoest.

Gouda heeft zich groote bekendheid verworven door den kaashandel, waarvan het een middelpunt is, maar tevens door zijn pijpen-, kaarsen- en fayence-industrie.

De Gouwe kronkelt zich door het stadje en hier en daar zijn daardoor bijzonder fraaie stadsbeelden ontstaan, zooals bijv. bij de Vischmarkt (pl. 19). Voor wie van oude gebouwen houdt levert de stad eveneens een schat van gegevens. Talrijk zijn de oude gevels en zelfs zijn er nog vele van die oude kloosterkapellen overgebleven. Dan is er natuurlijk verder de Waag (1668) en het Museum, waarin de beroemde geëmailleerde beker, geschenk van Jacoba van Beieren, bewaard wordt.

Nu wij toch hier in de buurt zijn, kunnen wij even den Hollandschen IJssel opgaan naar Oudewater, wij passeeren dan onderweg het dorpje Haastrecht (pl. 13).

Wij komen eveneens langs Goejanverwellesluis, ons uit de geschiedenis zoo welbekend als de plaats, waar de gemalin van prins Willem V, Wilhelmina van Pruisen, in 1787 werd aangehouden, hetgeen een invasie der Pruisen tengevolge had.

Oudewater is een heel bekend, schilderachtig gelegen stadje.

Heel oud.

Rijk aan merkwaardige gevels. Een vijftiende-eeuwsche kerk, een zestiende-eeuwsch stadhuis (pl. 15). Op de Markt staat de Heksenwaag (pl. 43) en daarnaast het huis waar, naar men zegt, Arminius het levenslicht heeft aanschouwd.

Oudewater is een van die plaatsjes, die in haar geheel zoo’n echt antieken indruk maken. Vermoedelijk komt dat wel, doordat veel, wat hier oud is, ook overheerscht.

Wij gaan nu meteen naar den overkant van den IJssel, naar de Krimpenerwaard, eveneens een typisch Hollandsch polderland vol bekende dorpen, als Stolwijk, Berkenwoude en, aan de Lek Schoonhoven, Ammerstol en Lekkerkerk.

Van al deze is Schoonhoven om vele redenen de voornaamste. Vroeger was het een aanzienlijke vesting; dat is trouwens nog heel goed te zien, aan de Veerpoort o.m., die een overblijfsel is van de zeventiende-eeuwsche omwalling (pl. 44). Herhaaldelijk treedt Schoonhoven in de geschiedenis op den voorgrond.

Tegenwoordig houden de bewoners zich bezig met industrie—het plaatsje heeft o.a. de grootste goud- en zilverindustrie in ons land—en visscherij. Voor dit laatste is Schoonhoven steeds bekend geweest, al sinds de middeleeuwen.

SCHIELAND EN DELFLAND.

Dat is het Zuidwestelijk deel van Zuid-Holland. Van Gouda den Hollandschen IJssel afzakkend, passeeren wij Moordrecht (pl. 51) en Ouderkerk aleer wij bij Krimpen in de Nieuwe Maas komen.

Ten Noorden van die rivier strekt zich een groot poldergebied uit, waarin weer talrijke plaatsen als Zevenhuizen, Nieuwerkerk, Pijnakker, Berkel en Hillegersberg (pl. 87). Die laatste plaats is al wel haast aan Rotterdam aangebouwd.

De Nieuwe Maas tot Rotterdam vertoont een zeer eigenaardig beeld. De oevers zijn om zoo te zeggen geheel ingenomen door allerlei werven en fabrieken. Zoo intensief wordt daar gewerkt, dat er geen metertje grond langs de rivier feitelijk ongebruikt ligt. En den heelen dag hamert het daar en davert het er van het klinken ... heel wat schepen, die op onze binnenwateren rondvaren hebben daar hun ontstaan te danken gehad. Maar ook vele groote schepen zijn op die plaatsen onder sloopershanden gevallen. Langs die bedrijvige rivier naderen wij thans

ROTTERDAM.

Rotterdam ligt aan de Nieuwe Maas en heeft zich aan beide zijden daarvan sterk uitgebreid. Mooi is de stad alleen als je er van de rivier af aankomt. Dan maakt zij een trotschen indruk. De stad als zoodanig is niet aantrekkelijk.

Rotterdam is een havenstad bij uitnemendheid. Het leven op de rivier vóór de stad is soms angst-aanjagend-druk. Het is alsof daar op het water steeds een chaotische verwarring heerscht, veroorzaakt door de vele sleepbootjes en andere kleine vaartuigen en ook door de veerbooten, die hier „Heen en weer” heeten. Graan-elevators (pl. 95), kolentips, drijvende kranen, alles vindt men er op het water. Zeeschepen zonder tal. En groote. Langs de kaden en op stroom: in de vele havens die Rotterdam heeft, natuurlijk ook.

Waar het havenwerken aangaat durft Rotterdam heel veel aan. Het is nog niet zoo heel lang geleden, dat men de Willemsbrug de voetbrug over de Maas—in haar geheel ongeveer een meter omhoog heeft gebracht, omdat het verkeer dat noodig maakte. En de geweldige brug over de Koningshaven is zeker ook een bewijs van wat Rotterdam durft aan te pakken.

De stad zelf is niet zoo belangwekkend. Daarvoor is Rotterdam teveel werkstad. Men heeft er wel eenige aardige kerken, waaronder de Groote of St. Laurenskerk (pl. 38) de voornaamste is; een meesterstuk van Middeleeuwsche architectuur. De toren is ruim 62 meter hoog. Zij dateert van 1300.

Ook nog wel een interessant bouwwerk, maar van veel lateren datum (1764) is de Delftsche Poort, bij het Hofplein (pl. 37).

De Coolsingel, eindigende in het Calandplein, is de hoofdstraat van Rotterdam, daar staat o.a. het monumentale stadhuis. Delfshaven, Kralingen en Charlois zijn door Rotterdam omgroeid en van lieverlede in de stad opgenomen en dus als zelfstandige plaatsjes verdwenen. Maar vooral het eerste leeft toch nog wel afzonderlijk. Achterhaven (pl. 6) en het Gedempte Achterwater (pl. 10) geeft toch nog wel een beeld van hoe het er vroeger uitzag.

Wij kunnen in den tegenwoordigen tijd niet over Rotterdam spreken zonder daarbij ook te noemen de Vlieghaven: Waalhaven. Waar de burgerluchtvaart zich in de laatste jaren zoo ongelooflijk sterk ontwikkeld heeft, daar kon Rotterdam niet achterblijven. Het vliegveld bij de stad behoort met Schiphol, Amsterdams Vlieghaven, tot de best geoutilleerde van Europa.

De omgeving van Rotterdam is hier en daar heel aardig (pl. 65) al is het bijna overal vlak polderland en al heeft het verkeer met al z’n zware eischen heel wat van de schoonheid rondom bedorven.

Langs de Nieuwe Maas verder gaande, sluit onmiddellijk bij Rotterdam aan Schiedam, vroeger een visschersplaats van beteekenis, thans een wereldvermaardheid genietend om haar jeneverstokerijen. Dat het een oude plaats is, kan men zien als men langs de begraafplaats loopt: daar vlak bij ligt nog een overblijfsel van een kasteel uit de Middeleeuwen: Mathenese.

Bezienswaardig is er de Groote of St. Janskerk (pl. 5) die in deze oude, nauw-stratige omgeving zeer wel op haar plaats is.

Dan komt Vlaardingen, een der oudste stedekes van Holland en een der belangrijkste voor de haringvisscherij, waarbij bijna alle inwoners betrokken zijn (pl. 77). Het stadje heeft o.m. ook een visscherijschool. Het centrum is zeer oud: men heeft daar de kerk (uit de veertiende eeuw), het stadhuis en de Vleeschhal, beide uit de zeventiende eeuw.

Verder de Nieuwe Maas afzakkend: Maassluis (pl. 47) ook een plaats van beteekenis voor de visscherij.

Maar ook in andere opzichten is deze plaats belangrijk: vlak daaraan grenst het tuindersgebied, dat er ten noorden van ligt. Daar vindt men o.a. Maasland (pl. 35).

De Nieuwe Maas eindigt tusschen Vlaardingen en Maassluis; daar begint de Nieuwe Waterweg, die in 1870 door Caland gegraven werd, ten einde Rotterdam van een beteren weg naar zee te voorzien. De oude weg, die door het Voornsche kanaal leidde was ten eenenmale onvoldoende geworden. Aan het einde van den Waterweg ligt Hoek van Holland, thans een deel van de gemeente Rotterdam.

DELFLAND EN WESTLAND

het gebied tusschen de Nieuwe Maas en Den Haag is een der meest vruchtbare en rijkste deelen van de provincie. Vooral het laatste, Westland, waar warmoezerij en vruchtenteelt hoofdzaak zijn. Loosduinen, Monster, ’s Gravenzande, Wateringen (pl. 40) en Naaldwijk zijn zoovele gemeenten, die in het Westland liggen. Men heeft daar vele fabrieken van jam, vruchtensappen en verduurzaamde groenten. In Delfland liggen o.a. Honselersdijk (pl. 94) Schipluiden (pl. 76) en als verreweg voornaamste plaats de stad

DELFT.

Delft is een heel oude stad en dat oude karakter is goed bewaard gebleven. Talrijk zijn de karakteristieke grachten met de vele soms heel typische bruggetjes (pl. 62). Aan de Oude Delft, eveneens zoo’n historisch grachtje, staat de Oude of St. Hypolituskerk, een bouwwerk uit de Middeleeuwen reeds—er werd in de dertiende eeuw aan begonnen—de toren van deze kerk staat een weinig scheef (pl. 98). Dat heele oude Delft trouwens is als het ware een openlucht-museum, want talrijker dan ergens anders zijn er de historische gebouwen: het museum Lambertus van Meerten, het Oude- of Prinsenhof, het Gemeenelandshuis, welk laatste gebouw ook al uit de zestiende eeuw stamt.

Bezienswaardig zijn ook het fraaie stadhuis en daartegenover de Nieuwe- of Ursulakerk, waarin zich boven den Koninklijken grafkelder het prachtige praalgraf bevindt van Prins Willem I, die op 10 Juli 1584 op het Prinsenhof door Balthasar Gerards werd vermoord.

In de Oude kerk zijn ook praalgraven van beroemde mannen, van Piet Hein en van Maarten Harpertsz. Tromp o.a.

Thans is Delft een belangrijke stad in de eerste plaats door het groote aantal industrieën—de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek is daar wel de voornaamste van—en door de Technische Hoogeschool.

Delftsch aardewerk was vroeger zeer in trek en er waren derhalve veel plateelbakkerijen; dat is echter een industrie die er thans niet meer zoo bloeit.

DE ALBLASSERWAARD EN DE VIJFHEERENLANDEN.

Thans rest ons van het vasteland van de provincie nog het land tusschen de groote rivieren: de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden.

De groote rivieren

Dat zijn in dit geval de Lek en de Merwede.

Vooral de Lek is schoon. Die kronkelt er van Schoonhoven af naar de Nieuwe Maas en stuwt er de wateren van den Rijn zoo majestueus zeewaarts. Grillig kronkelen de hooge dijken mee, nu eens dichtbij, dan weer wegbuigend ver van het water, latend een groote open groene ruimte tusschen zich en het kalm voortstroomende water.

Langs deze rivier aan den Zuidkant liggen Streefkerk (pl. 56), Groot-Ammers (pl. 58) en Nieuwpoort en Ameide. En nog hooger op Leksmond en Vianen, tegenover Vreeswijk in Utrecht.

Vianen vooral is belangrijk als beginpunt van het Zederikkanaal, dat—als voortzetting van den Vaartschen Rijn en als zoodanig onderdeel van de Keulsche vaart—een belangrijke scheepvaartweg vormt door de Vijfheerenlanden naar Gorinchem. Vlak bij Vianen ligt het vroegere kasteel Batenburg (pl. 2); het stadje zelf bevat een goed bewaarde middeleeuwsche poort; in de kerk met den fraaien toren (pl. 26) kan men een zestiende-eeuwsche graftombe met oud gesmeed-ijzeren hek bewonderen.

De Merwede en de Beneden Merwede zijn breede stroomen reeds, het resultaat van massa’s water uit Maas en Waal, tezaamgevloeid bij Gorcum.

In Gorcum of Gorinchem waar aan de Oostzijde eenmaal het kasteel van Arkel stond.

Van de uit de zeventiende eeuw dateerende omwalling der stad is alleen nog maar over de Dalemsche Poort (pl. 17). Een wandeling door het oude stadje toont vele geschiedkundige merkwaardigheden: het fraaiste daarvan is het Museum voor Oudheden in de Gasthuisstraat, vroeger het Huis Bethlehem (pl. 45) dat door zijn fijn bewerkten gevel herinnert aan onze gouden eeuw.

Sliedrecht, beneden Gorcum aan de Merwede gelegen, is een belangrijk scheepswerf-centrum: daar worden ook vele stoomschepen, die uit de vaart genomen zijn, gesloopt. Een nijvere plaats met een hard-werkende bevolking.

Alblasserdam (pl. 89) aan de Noord, Ottoland en Goudriaan, Hoornaar, Noordeloos, Nieuwland en Meerkerk, het laatste vooral zijn alle dorpen, die een—zij het dan vluchtig—bezoek zeer waard zijn. Interessant zijn ook Giessen-Nieuwkerk (pl. 70) en Giessen-Oudekerk.

De Giessen is hier in dit landsdeel het kleine rivierke, dat de geheele omgeving beheerscht en dat er kleur aan geeft. En te schilderachtiger is deze kleine kronkelende rivier, omdat zij zich slingert door boomgaarden en door weilanden en door goeddeels heel aardige dorpen, een tooneel dat men kwalijk in deze lage landen zou zoeken. Het mooist is de Giessen bij Noordeloos en in de buurt bij Giessendam, vanwaar het kanaal van Steenenhoek naar Gorcum voert.

Leerdam aan de Betuwsche rivier de Linge, een der voornaamste plaatsen in dit schoone deel van Zuid-Holland is bekend om haar glasblazerijen. Daardoor is een sterk ontwikkelde handel ook ontstaan: de haven (pl. 80) getuigt daar dagelijks van.

Aan den anderen kant van de rivier de Linge—nog in de provincie—ligt het dorp Heukelom met het fraaie kasteel van dien naam (pl. 78).

DE EILANDEN.

Achtereenvolgens zullen wij nu een rondgang doen over de eilanden: eerst dat van Dordrecht, daarna Oud-Beijerland of Hoeksche Waard, IJsselmonde, Voorne en Putten om ten slotte te eindigen met het tweeling-eiland Goeree-Overflakkee.

Dordrecht werd gesticht omstreeks het jaar 1000. Is dus wel een der alleroudste steden van Holland en was honderden jaren lang ook een der allerbelangrijkste. Dat is nu nog te zien in de stad zelf aan de vele geweldige zeventiende-eeuwsche pakhuizen en aan de statige heerenhuizen uit dien tijd, het een al fraaier dan het andere.

De Groote Kerk (pl. 31) met haar onvoltooiden toren is beroemd om haar prachtige koorbanken. De toren beheerscht er den geheelen omtrek: heel verweg is dat schijnbaar lompe en toch zoo mooie steengevaarte al te zien. Vele huizen in deze oude stad hebben merkwaardig mooie en antieke gevels meest naar Gothische motieven gebouwd (pl. 42). Eigenaardig ook is het Catharijnepoortje (pl. 53) en vooral de Voorstraathaven, die al een heel duidelijk beeld geeft van den benauwden bouwtrant in dien lang vergeten tijd (pl. 100).

Tegenover Dordrecht ligt Zwijndrecht, een plaats, die een uitgebreiden houthandel drijft (pl. 75).

Van Dordrecht loopt, recht naar het Zuiden, een fraaie, door zware boomen beschaduwde straatweg naar Willemsdorp. Links daarvan ziet men de vermaarde Moerdijk-spoorbrug, die de verbinding vormt over het breede Hollandsch Diep. Veertien bogen van 100 Meter spanning elk. Drie jaren lang, van 1868–1871 is er aan gewerkt.

Aan den anderen kant van de Dordtsche Kil komen wij op het eiland Hoeksche Waard, waarvan het westelijk deel Beijerland wordt geheeten. Ook dit is een zeer vruchtbaar land, dat veel interessanter is dan men op het eerste gezicht zou vermoeden. Talrijk zijn de dorpen op dit eiland. Er wordt tarwe verbouwd en vlas en suikerbieten natuurlijk. Een heel mooi dorp aan den oostrand is ’s-Gravendeel (pl. 33). Klaaswaal is het middelpunt van deze vruchtbare streek (pl. 21); daar komen de boeren enkele malen per jaar samen voor het concours hippique, dat hier zeer in eere is, evenals trouwens op alle Zuidhollandsche eilanden. Zuidwaarts van Klaaswaal ligt het schilderachtige Numansdorp aan de scheiding van Hollandsch Diep en Haringvliet. Strijen (pl. 34) ligt nu ver het land in Het haventje spreekt van de tijden, dat het dorp nog vlak aan het water lag.

De bewoners van het eiland zijn natuurlijk steeds in fellen kamp met het water van de zeegaten. Want het Haringvliet mag men zoo al wel noemen.

Die zeegaten zijn zeer interessant. Wisselend van humeur nu eens listig-zacht-kabbelend, verraderlijk-stil hun wateren zacht klotsend tegen de dijken. Dan weer bruisend en kokend, hoog-spetterend het water tot aan den dijkkruin, gevaarlijk-zwaar-donderend golven-brekend, op vernieling uit. Dan wordt er dikwerf zwaar gestreden om de dijken te beschermen tegen den aanwassenden stormvloed....

In het westelijk deel van dit eiland liggen nog Zuid-Beijerland (pl. 36) en Oud-Beijerland (pl. 66) benevens het bekende Piershil.

Er van gescheiden door de Oude Maas, een heel mooi water, dat echter voor de scheepvaart nog maar geringe beteekenis heeft, ligt IJsselmonde, het eiland dat in het Noorden tegen Rotterdam aanleunt.

Daar liggen Poortugael en Hoogvliet en Rhoon (pl. 46) welke laatste plaats nog een soort kasteel aanwijst: Het Huis genaamd.

De brug over de Oude Maas tusschen Hoogvliet en Spijkenisse verbindt IJsselmonde met het eiland Putten. Vandaar komt men naar Heenvliet, met de ruïne Ravestein (pl. 41), en dan voert de weg langs het rechte maar toch nog schilderachtige Voornsche Kanaal naar het aloude Hellevoetsluis (pl. 86) een van onze marine bases, in den regel kortweg Hellevoet genoemd.

Op den zeedijk hier heeft de oplettende toeschouwer een prachtig vergezicht over het Haringvliet, dat hier heel breed is en overgaat in de geulen, die naar zee voeren. Een wondermooi gezicht heeft men hier: als het een beetje helder is komt als een flauwe lichte lijn Goeree aan den zuidelijken horizon opdiepen. En in het late licht van den vallenden avond kan het sprookjesachtig-mooi zijn daar op dien Hellevoetschen dijk.

Een wandeling over Oudenhoorn naar Zuidland (pl. 93) loont hier zeker ook nog de moeite.

Het eiland Voorne, beschermd tegen de wateren van de Noordzee door een rand prachtige duinen, die op sommige plaatsen wel een kilometer breed zijn, is een klei-eiland en bestaat dus ook al weer uit een aantal indijkingen. De landbouw is in het vlakke deel het hoofdmiddel van bestaan.

Brielle (pl. 9 en 14) is de voornaamste plaats op dit eiland: een stad die in de geschiedenis tot tweemaal toe de eerste is geweest, die een gehaat juk afschudde.

In 1572 was Den Briel de eerste stad die voor de Spanjaarden verloren ging, toen de Watergeuzen onder Lumey haar veroverden (het oude rijmpje kent gij toch wel: „Op den eersten April verloor Al va zijnen Bri(e)l”?) En in 1813 was het weer Den Briel die als eerste stad in Holland het Fransche garnizoen naar huis stuurde.

En wat beteekent Brielle niet voor onze jongens, wat heeft het voor ons zelf in onze jonge dagen niet beteekend? Want was niet Den Briel de geboorteplaats van onzen zeeheld Maarten Harpertsz. Tromp.... wij kenden vroeger de omgeving van de stad en de stad zelf beter dan onze eigen omgeving, al waren wij in die dagen in Den Briel nog nimmer geweest....

Een prachtige wandeling van een paar uur brengt ons over Oostvoorne langs de duinen naar het meertje van Rockanje (pl. 55).