Chapter 3 of 5 · 3991 words · ~20 min read

Part 3

De beide vrienden hadden nogmaals nauwkeurig nagegaan wat zij volstrekt noodig hadden en dat alles was in de groote auto naar het vliegveld dicht bij Londen overgebracht, toebehoorend aan een particuliere luchtvaartclub, waarvan Lord William Aberdeen deel uitmaakte en waar zich een groot aantal loodsen bevonden, die het eigendom der leden waren.

Het vliegen om der wille van de sport had sedert eenige maanden vooral in Engeland een zeer grooten omvang gekregen, en het begon langzamerhand even gewoon te worden, dat de rijke jonge lieden een vliegmachine bestegen, als dat zij op den rug van hun paard klommen.

Raffles had het niet noodig geoordeeld, iemand in kennis te stellen van zijn plannen, en alleen een verzegelden brief voor den hoofdredacteur van de „Times” achtergelaten, die tot zijn vrienden behoorde, en in welk schrijven hij het doel van de reis had uiteengezet.

Gaston, de trouwe kamerbediende, had echter strenge instructies ontvangen dezen brief niet eerder af te geven, dan wanneer er drie maanden na den datum van vertrek zouden zijn verloopen.

Terwijl Raffles volkomen kalm was en ook Henderson de geheele reis als een eenvoudig uitstapje scheen te beschouwen, bevond Charly zich in een onverklaarbaar zenuwachtigen toestand, zooals hij dien nog zelden gekend had!

Hij twijfelde nog altijd, of liever, zijn ongeloof was niet aan het wankelen gebracht, en toch was hij opgewonden en ongedurig op den dag van het vertrek.

De groote auto had de noodige wapens naar de loods overgebracht, een groote hoeveelheid verduurzaamde levensmiddelen, een lederen tasch met de beste kaarten welke er tot op dat oogenblik van Afrika waren uitgegeven, en de noodige reservedeelen, teneinde de machine onderweg te kunnen herstellen, tenminste wanneer de aangerichte schade niet al te groot was.

Wat de kleederen betreft, welke de reizigers zouden dragen, zij waren wel genoodzaakt zware pelzen zoowel als dun linnen bovenkleederen mede te voeren, want de koude in de hoogere luchtlagen is zeer vinnig, terwijl er in de binnenlanden van Afrika op dit oogenblik een vreeselijke hitte zou heerschen.

Tot op het laatste oogenblik had Raffles doorgebracht met het bestudeeren van het Latijnsche manuscript, waarvan Charly een zorgvuldige vertaling had gemaakt, welke zij op hun tocht zouden medevoeren.

Jammer genoeg bevatte het manuscript hier en daar duistere plekken waarmede de beide mannen geen raad wisten, en ook was hier en daar de inkt zoodanig verbleekt, dat het handschrift op die plaatsen onleesbaar was geworden.

Om half tien in den avond namen de drie vrienden ten slotte plaats in een kleinen renwagen, die hen naar het vliegterrein zou brengen.

Zij kwamen daar om half twaalf aan.

Het vliegveld wordt dag en nacht bewaakt door twee portiers, een voor den dag en een voor den nacht.

Zij houden hun verblijf in een klein huisje, dat dicht bij het groote toegangshek is geplaatst.

Zoodra de kleine auto voor het hek stilhield, kwam de portier naar buiten, voorzien van een electrische lantaarn, die een helder licht verspreidde, en waarvan hij het schijnsel op de auto en de inzittenden liet vallen.

Hij herkende den wagen zoowel als den eigenaar blijkbaar onmiddellijk, en haastte zich, het hek te openen, hetgeen niet zonder moeite ging wegens de zwaarte en de hoogte van het hek.

De auto reed het vliegveld op en in het voorbijgaan riep Raffles den portier toe:

„Wij gaan een nachtvlucht maken, Copperman! Het is echter volstrekt niet zeker, dat wij nog dezen nacht terugkomen, want wij denken het Kanaal over te steken. Maak je dus volstrekt niet ongerust als wij niet terug komen, want dan zijn wij in Frankrijk gebleven.”

„In orde Mylord!” zeide de portier, terwijl hij aan zijn pet tikte.

Henderson stuurde de auto naar de groote garage, die zich voor dergelijke doeleinden ongeveer midden op het vliegveld bevond en daar werd het voertuig ondergebracht.

Te voet richtten de drie mannen zich vervolgens naar de groote loods van plaatijzer, waar de „Duivel der Lucht” was ondergebracht.

De zware deuren werden electrisch bewogen, en draaiden zeer gemakkelijk om hun hengsels.

De drie mannen rolden de machine naar buiten, waarbij de buitengewone lichaamskracht van Henderson voortreffelijke diensten bewees, en vervolgens werden er de voorwerpen ingebracht die nog niet waren ingeladen.

Het was juist middernacht, toen de drie reizigers, na zich in hun pelzen te hebben gekleed, plaats namen in het schuitje, of liever in de kajuit van de wonderlijke vliegmachine, welker aluminium lichaam zacht glansde in het licht van de maan.

Het was een verrukkelijke nacht in het begin van den zomer, en de grashalmen van het vliegveld werden nauwelijks door een zuchtje bewogen.

Raffles wierp nog een veelbeteekenenden blik op zijn beide reisgezellen, en daarop greep hij met vaste hand den kleinen hefboom, welke den motor in beweging bracht.

De schroef begon te draaien, de machine rolde op haar wielen eenige meters voort en verhief zich toen als het ware met een sprong in de lucht.

Nauwelijks had de machine den grond verlaten, of Henderson en Charly maakten alles voor hun nachtrust in gereedheid.

Zij klapten de zetels eenvoudig om, die zich ter weerszijden van de ruime kajuit bevonden, waarvan men het geheele dek gemakkelijk naar achteren kon schuiven, haalden hun donzen dekens te voorschijn, die keurig opgevouwen onder deze zetels lagen, en eenige minuten later sliepen zij vast!

Wel maakte de schroef vrij wat geraas, maar de beide mannen hadden reeds zooveel tochten met deze vliegmachine gemaakt, dat zij hieraan reeds volkomen gewend waren, en het in het geheel niet meer hoorden.

Van te voren waren de uren van rust en arbeid nauwkeurig verdeeld, want het was noodzakelijk, dat geen van de drie reizigers zich te zeer zou vermoeien nog voor zij op de plek van bestemming waren aangekomen.

Raffles liet de vliegmachine aanstonds tot een hoogte van meer dan tweeduizend meter stijgen, terwijl hij tegelijkertijd in Zuid-Oostelijke richting over Londen vloog.

De afstand van Londen naar Parijs bedraagt in vogelvlucht rond driehonderdveertig kilometer. De vliegmachines moeten, als zij deze rechte lijn volgen het Kanaal schuin oversteken, ongeveer van Eastbourne naar Dieppe, een afstand van iets meer dan honderd kilometer.

Dat wil zeggen, dat de Duivel der Lucht twaalf minuten boven water vloog en dat hij, na te middernacht ten Noorden van Londen te zijn opgestegen, om kwart voor éénen boven Parijs zweefde!

De lichten van de wereldstad waren zelfs op deze groote hoogte duidelijk te zien, en een vergissing was zelfs niet mogelijk, want de lichtzee strekte zich uit over een breedte van verscheidene tientallen kilometers.

Raffles dacht er echter niet aan, zich in de Fransche hoofdstad op te houden, maar zette zijn weg voort, en hield in rechte lijn aan op Lyon, welke stad op vierhonderd kilometer afstand van Parijs is gelegen.

De vliegmachine legde den afstand tusschen de beide steden juist in achtenveertig minuten af, en zweefde boven Lyon om ongeveer half twee in den morgen.

Raffles vertraagde de vaart van de machine een weinig, en om kwart over tweeën, toen de hemel zich in het oosten reeds met een teeder rose begon te kleuren, kreeg hij Marseille in het gezicht.

Snel maakte de duisternis plaats voor het licht, en alles beloofde een heerlijken zomermorgen.

Zelfs op de hoogte van duizend meter, waarop het zweeftuig zich thans bevond, waren de bedwelmende geuren merkbaar, die opstegen uit de aarde op dit gezegende plekje van den aardbodem, hetwelk La Provence heet, maar lang duurde dit niet, want reeds zeilde de Duivel der Lucht boven de Middellandsche zee. Raffles hield den blik strak op het compas gevestigd en op de uitnemende zeekaart, welke zich thans in het kleine van glas voorziene kastje bevond, dat vlak vóór den bestuurder van de machine was geplaatst.

Als men een rechte lijn trekt van Marseille naar Tunis, dan snijdt deze voor een klein gedeelte Sardinië, beginnend bij Kaap Pecora, en eindigend bij Kaap Spartivento.

De geheele afstand bedraagt achthonderd veertig kilometer.

Nog altijd moest deze reis over de Middellandsche zee een gewaagde onderneming heeten, want de „Duivel der Lucht” was er niet op berekend, op de golven neer te strijken in geval van nood, ofschoon Raffles met plannen rondliep, een paar vlotters onder aan de machine aan te brengen, waardoor de snelheid weliswaar zou afnemen, maar de veiligheid boven het water ongetwijfeld zou vermeerderen.

Juist in een uur legde de vliegmachine den afstand van Marseille naar Kaap Pecora af, en in enkele minuten stoof zij in toomelooze vaart over het Zuidelijkste gedeelte van Sardinië, zoo snel dat Raffles nauwelijks den tijd had de woeste, rotsachtige kusten te onderscheiden, of de bosschen, waarmee de hooge bergen begroeid zijn. De 340 kilometer, welke nog overbleven, werden afgelegd in ongeveer drie kwartier, en het was reeds dag geworden, toen Tunis om drie uur in het zicht kwam, met zijn schilderachtige, wit gepleisterde huisjes, zijn prachtige reede, en zijn heerlijke omgeving van bergen en fraaie landwegen.

En zoo waren Charly en Henderson van Europa naar Afrika overgebracht in den tijd van drie uren, terwijl zij sliepen!

Raffles dacht er evenwel niet aan, hen te wekken, maar zette den tocht onafgebroken voort.

Hij liet de vliegmachine thans nog meer dalen, teneinde zich beter te kunnen oriënteeren.

De stad Kairuan op eenige mijlen rechts latende liggen, vloog de machine ter hoogte van Sfaks over den Golf van Gabes, een peulschilletje, dat ongeveer zeven minuten tijds in beslag nam.

Van Tunis tot Misda bedraagt de afstand iets minder dan zeshonderd kilometer en Raffles bereikte deze Tripolitaansche stad om bij half vijf.

Duidelijk kon Raffles het glinsteren zien van de rivier, in de taal van het land Ouad genoemd, waaraan Misda gelegen is.

Een kwartier later reikte Raffles met de linkerhand achter zich, en trok Henderson bij het been, een gemakkelijke en afdoende wijze om den reus onmiddellijk te doen ontwaken.

Hij richtte zich dadelijk overeind, op gevaar af zijn hoofd tegen de lage zoldering van de kajuit te stooten, wreef zijn oogen eens uit, keek door een der ronde raampjes naar omlaag, scheen het landschap volstrekt niet te herkennen maar haastte zich de plaats naast Raffles in te nemen, waar hij hem toeriep:

„Staat gij mij toe iets te vragen, Mylord?”

„Ga je gang Henderson!”

„Waar bevinden wij ons?”

„Boven Afrika, Henderson!”

„Zijn wij al boven de Boschnegers, de Papoeas, de Hottentotten, de Kaffer’s, de Basuto’s, of hoe zij verder mogen heeten, Mylord?”

„Nog lang niet Henderson! Wij zijn op het oogenblik pas in de streek van de Kabylen en de Arabieren, dat wil zeggen dat wij de Libysche Woestijn naderen! Ik zal nu eenige uren rusten, stuur zuiver op het compas in Zuid-Oostelijke richting. Daar is de kaart, je ziet dat zij uitmuntend is bewerkt, en de minste kleinigheden vermeldt. Je passeert een menigte riviertjes bij hun oorsprong, en een aantal niet al te hooge bergen. Laat de snelheid niet dalen onder de vierhonderd kilometer en houdt de machine op een hoogte tusschen de duizend en tweeduizend meters, om zeven uur kun je mijnheer Brand wekken, die de besturing van je zal overnemen, op dat je je talenten aan de samenstelling van het ontbijt zult kunnen wijden!”

En nu nam Henderson het stuurwiel uit de handen van Raffles over, die een paar stappen achteruitging, en zijn eigen rustplaats opzocht, die zich achter in de kajuit bevond.

Ofschoon de drie mannen zich in een vrij beperkte ruimte bevonden behoefden zij voor bedorven lucht gelukkig niet te vreezen, want steeds hadden twee der ronde raampjes open gestaan, die als de patrijspoorten van een schip waren.

Een paar seconden later sliep Raffles even vast als op den beganen grond.

Henderson hield zich stipt aan zijne instructies en hield aan op Mursuk, een vrij groote stad, op zeshonderd kilometer van Misda gelegen in het zuiden van Tripoli.

Om kwart over zessen kreeg hij deze stad in zicht, en tot zijn voldoening zag hij, dat hij slechts een mijl ongeveer van de rechte lijn was afgeweken, zeker heel weinig bij zulk een reusachtige snelheid en zulk een grooten afstand.

Hij wierp een blik op het kaartje, nog een kwartier, en hij zou het geweldige Tarso-gebergte voor het eerst moeten ontwaren, dat zich op een hoogte van 2400 meter boven den zeespiegel verheft en waar talrijke rivieren hun oorsprong nemen, die echter al zeer spoedig versmoren in het zand der woestijn.

En inderdaad, vijftien minuten later verrezen aan den gezichtseinder de vormen van het gebergte, dat zich hier dwars over Afrika uitstrekt, hoewel het niet steeds denzelfden naam draagt.

Het vormt de eenige afwisseling, behoudens eenige weinige oasen, in de troostelooze Libysche woestijn, en is tevens de afscheiding tusschen deze zandvlakten en de onmetelijke Sahara, het land der woeste Toearegs. Juist om zeven uur wekte Henderson Charly Brand, die dadelijk klaar wakker was, maar toch eenige tijd scheen te behoeven om zich te oriënteeren.

Hij wierp de deken van zich af, rekte zich eens flink uit, voor zoover de ruimte het toeliet, en schoof zich toen naar de bestuurdersruimte.

„Waar zijn wij ongeveer, Henderson?”

„Die streep daar voor ons is het Tarso-Gebergte, mijnheer Brand!”

„Dan zijn wij dus het Spaansche gebied van Tibesti genaderd,” zeide Charly terwijl hij het stuurwiel van Henderson overnam. „Ik neem nu je taak over Henderson. Jij echter wordt kok, en ik hoop dat je ons iets hartigs te eten geeft, want ik wil erkennen, dat de luchtreis mijn honger aanzienlijk gescherpt heeft.”

Henderson, die zelf zijn maag voelde kriebelen, liet zich dit geen tweemaal zeggen, maar kroop door den middengang van de kajuit naar het achterste gedeelte van de vliegmachine, waar hij echter alles hurkend moest doen, daar de hoogte van de kajuit hier niet meer dan één meter bedroeg.

Daar bevond zich wat men aan boord van een schip de kombuis zou noemen.

Er was een kleine electrische oven, waarvoor de stroom door den motor geleverd werd, en waar men zeer gemakkelijk allerlei spijzen kon bereiden.

En dadelijk was Henderson met zijn potten en pannen in de weer.

Hij bakte ham en een paar omeletten, roosterde brood, en opende een blikje makreel in olijfolie.

Dit leek hem voldoende voor een eerste ontbijt, en een half uur later had hij Charly van het noodige voorzien, waarop hij zelf eveneens den smakelijken maaltijd nuttigde.

En intusschen zette de vliegmachine onafgebroken haar weg door het luchtruim voort.

HOOFDSTUK V.

DE GEHEIMEN VAN AFRIKA.

Volgens zijn aanwijzing werd Raffles reeds om tien uur wederom gewekt, toen de Duivel der Lucht boven Foro zweefde, een stadje in het district Dar-Randa.

En hier besloot Raffles te landen, alleen maar om zijnen reisgezellen en zichzelven de gelegenheid te geven, hunne ledematen een weinig uit te strekken, die door het langdurige zitten in een vrij beperkte ruimte tamelijk stijf geworden waren.

Men bevond zich hier in een streek, waar een kalme, rustige bevolking woonde, Boschnegers, die zich voornamelijk bezighielden met den landbouw en een zekeren trap van beschaving hadden bereikt.

Charly, die op dit oogenblik aan het stuurrad zat, liet dus de machine tot op een hoogte van tweehonderd meter dalen, zocht even naar een goed landingsterrein, en streek toen neder in de buurt van een boschje dadelpalmen, waar zich een aantal goed gebouwde hutten bevond.

Onder luid gekrijsch stoven eenige vrouwen en kinderen weg, die het monster hadden zien dalen, en nog nimmer zulk een reusachtigen vogel hadden aanschouwd.

En hun schrik werd niet minder toen zij uit dien vogel drie levende wezens zagen stappen, die met snelle passen op en neder begonnen te loopen.

Van de omringende akkers kwamen eenige mannen toesnellen, bijna geheel naakt, met een schaamschort van pisangbladen om, en een soort kapmes in de hand waarmede zij den grond bewerkten.

Hun huidskleur was bijna volmaakt zwart, hun haar was kroesig, en door de breede neuzen droegen zij allen een stukje ivoor, terwijl de oorlellen aanzienlijk waren uitgerekt door de zwaren koperen ringen welke zij daarin droegen.

Zij schenen reeds vaker blanken te hebben gezien, want zij legden geen vrees aan den dag, hoewel zij op een eerbiedigen afstand van de vliegmachine bleven.

Raffles en zijn metgezellen naderden hen met vriendelijke en geruststellende gebaren, en maakte de beweging van drinken.

Aanstonds kwamen een paar mannen toeloopen met houten nappen, gevuld met melk van den kokosnoot.

Zij schenen zeer nieuwsgierig te zijn, en betastten onder luid gesnater en onder het uitstooten van de vreemdste keelgeluiden, de kleederen en de wapens der drie luchtreizigers.

Toen wezen zij op de vliegmachine, en schenen iets te vragen.

Raffles maakte de beweging van vliegen en de Boschnegers lieten kreten van verbazing hooren.

De drie reizigers vertoefden omstreeks een half uur bij de goedhartige inboorlingen, en lieten een hoeveelheid bontgekleurde kralen en een paar goedkoope bazarmessen bij hen achter, waarvan zij zich rijkelijk voorzien hadden, en die door de Boschnegers met uitbundige blijdschap en onder kreten van vreugde werden aanvaard.

Vervolgens namen zij weder plaats in hun zweeftuig en toen dit weder opsteeg, nadat de schroef het woestijnzand honderden meters had voortgezweept, wierpen de inboorlingen zich allen plat ter aarde en schenen een of andere Godheid aan te roepen, zoo zeer had dit wonder hen aangegrepen.

Raffles, die de machine bestuurde, bracht haar dadelijk weder op een groote hoogte, en de tocht werd voortgezet!

Nog vijf en twintig honderd kilometer scheidden de reizigers van Maranda.

Een kwartier na de opstijging vloog de „Duivel der Lucht” over de Kuta, welke slechts voor een deel, het dichtst nabij de bron, is doorvorscht, en vervolgens over de Uelle, eveneens een stroom, waarvan nog slechts een zeer gering gedeelte volkomen bekend is.

De drie reizigers bevonden zich nu boven het gebied van de Kongo, en hadden aldus de streken bereikt, die door alle eeuwen heen het meest de belangstelling hebben getrokken van alle ontdekkingsreizigers, en waar zich dan ook nog slechts weinig plekken bevonden, die nog niet grondig doorzocht zijn alleen, maar waar zich ook duizenden Europeanen hebben gevestigd, die er een levendigen handel drijven met de inboorlingen.

Om twee uur in den middag vloog de vliegmachine over de Loika, een der zijrivieren van den machtigen Kongo-Stroom, en nog weder een half uur later bevond zij zich juist boven de verrukkelijk schoone stroomversnellingen, waaraan de naam van den grooten Stanley gegeven is.

Zij volgden nu over een geruimen afstand den Kongo, die op deze plaats haar gele wateren voortstuwt tusschen een dubbele rij van hooge bergen.

Hierdoor ook worden de stroomversnellingen en watervallen veroorzaakt, welke zoo talrijk zijn op dit gedeelte van den loop der machtige rivier, en waarvan de Stanley-vallen, de Uhassa-vallen en de Wester-vallen de voornaamste zijn. Als een panorama van verrukkelijke schoonheid trok het Afrikaansche land onder de vliegmachine voorbij, en de drie reizigers werden niet moede, dit overheerlijke tafreel in zich op te nemen.

Schier eindeloos strekten de oerwouden zich uit, afgewisseld door sappige weiden en hooge bergen of door diepblauwe meren, ware binnenzeeën.

Nu kwam de vliegmachine boven het gebied, waar zich een vrij groot aantal aanzienlijke steden bevonden, zooals Njangwo en Kasong, dicht bij den oorsprong van den Kongo gelegen.

Raffles had de machine hier weder tot op groote hoogte laten stijgen, daar hij er voorloopig minder op gesteld was, de aandacht te trekken.

En eindelijk, omstreeks kwart over vijven in den middag, nadat de vliegmachine over het Lokings-Gebergte was gevlogen, naderden de reizigers het voorloopig doel van hun tocht, de stad Maranda doemde aan den gezichteinder op.

Raffles wist, dat hij hier slechts weinige Europeanen zou vinden.

Dit gebied was nog niet door de blanken verdeeld, en de Matabelen, de oorspronkelijken bewoners van dit land, heerschten er nog onbeperkt.

De blanken die er zich bevonden, moesten stoutmoedige mannen zijn, want dagelijks stonden zij aan de grootste gevaren bloot, die hun van mensch, dier en klimaat dreigden.

Het mocht zelfs de vraag heeten, of thans, nadat de oorlog den toestand ook in Afrika zoo volkomen gewijzigd had, nog wel Europeanen te vinden zouden zijn.

Toch aarzelden Raffles en zijn beide metgezellen niet, hier te dalen.

Zij moesten hier noodzakelijk inlichtingen inwinnen, want slechts weinige mijlen verder zouden zij reeds een gebied bereiken, waar nog nimmer een blanke den voet had gezet.

Daar begon dat Afrika, dat nog geheel en al onbekend was, en met recht „duister” mocht worden genoemd.

Wat er achter dien ring van bergen lag, welke de horizont scheen af te sluiten, niemand kon het zeggen!

En hier zou de Romeinsche soldaat, de krijger van het legioen van Julius Caesar, Otavius Numilus met enkele zijner makkers zijn doorgedrongen!

Hij zou de geheimen doorvorscht hebben van die onbekende streken!

Er liep een huivering over den rug van Charly, als hij daaraan dacht. Nog kon hij niet gelooven, dat dit alles op waarheid berustte, en toch, evenmin vermocht hij zich te onttrekken aan den geheimzinnigen indruk, dien het landschap eensklaps op hem scheen te maken.

Raffles had de vliegmachine op een hoogte van honderd meter doen dalen, en zocht nu naar een goede plek om te landen.

De reizigers waren hier op ternauwernood vijftien minuten gaans van het stadje, en de inboorlingen zouden hen ongetwijfeld reeds lang gezien hebben.

Niet zoodra hadden de wielen van den „Duivel der Lucht” dan ook de aarde geraakt, of van alle kanten kwamen de Matabelen aansnellen, een weinig minder zwart dan de Boschjesmannen, en meer bekleed, met vellen van tijgers of boschkatten.

Zij hadden zich zeker in allerijl gewapend, want in de linkerhand droegen zij een ovalen schild, van taai hout vervaardigd, en bespannen met buffelvel, terwijl de rechtervuist pijl en boog, of een scherp gepunte assagaai of werpspies omklemd hield.

Het kroesige haar was op een zonderlinge wijze in een soort wrong gedraaid, en rijkelijk met vet besmeerd.

Zij durfden echter de vliegmachine slechts uit de verte te beschouwen, en bleven op een afstand van ongeveer vijftig meter, vreemde kreten uitstootend, en nu en dan met hun wapens zwaaiend, maar niettemin blijkbaar niet met vijandelijke gevoelens tegenover de vreemdelingen bezield.

Raffles was achter het stuurwiel blijven zitten, met de hand aan den hefboom die de schroef weder in beweging zou brengen, voor het geval er soms gevaar mocht dreigen.

Maar toen de inboorlingen klaarblijkelijk alleen maar zeer nieuwsgierig waren, klommen de drie mannen uit de machine, in welker onmiddellijke nabijheid zij echter bleven.

Zij maakten uitnoodigende gebaren, en tenslotte verstoutten zich eenige inboorlingen, langzaam naderbij te komen.

Naar allen schijn kenden zij het gebruik en de aanwending van vuurwapens, en daar zij de geweren in de handen der vreemdelingen zagen, begrepen zij, dat hun primitieve wapens hier toch geen uitwerking zouden hebben. Eindelijk stonden zwarten en blanken tegenover elkander.

Raffles wierp zijn geweer op den grond, ten teeken, dat hij met vriendschappelijke gevoelens bezield was, en dadelijk volgden de inboorlingen zijn voorbeeld, onder het uitstooten van vreemde kreten, die zeker hun blijdschap en vertrouwen in de blanken te kennen moesten geven.

Raffles trad een paar schreden naar voren, en legde zijn hand met een vriendelijk gebaar op den schouder van een der Matabelen, die een hoofdman scheen te zijn, te oordeelen naar de versierselen, waarmede hij behangen was. Tot zijn verwondering zeide de inboorling in gebroken Duitsch:

„Groote vogel welkom! Iwanda vriend van vreemdelingen!”

Raffles begreep dadelijk, dat deze lieden veel in aanraking geweest moesten zijn met de Duitschers, voor de strijd in een ander deel van Afrika hen ook hier verdreef.

Hij bediende zich van dezelfde taal, toen hij antwoordde:

„De vreemdelingen zijn ook uwe vrienden, Iwanda! Zij komen u geschenken brengen, en hopen dat de goden van uw stam welgevallig op u mogen nederzien.”

En op een wenk van Raffles haalden Charly en Henderson kralen, messen en eenige bontgekleurde lappen uit de vliegmachine, welke hij begon te verdeelen onder de Matabelen, die van blijdschap begonnen te dansen.

Raffles besloot, deze gunstige stemming aanstonds te benutten, om zijn plannen te verwezenlijken en inlichtingen te vragen aan deze primitieve lieden, die dolblij waren met een handvol kralen.

Hij trad weder op Iwanda toe, en zeide, terwijl hij hem doordringend aanzag:

„Wil mijn vriend Iwanda een dienst bewijzen aan den blanken vreemdeling, die met zijn grooten vogel is komen aanvliegen?”

Het opperhoofd knikte eenige malen snel met het hoofd, en zeide:

„De vreemdeling spreke, Iwanda zal hem gaarne zeggen wat hij weet!”