Part 6
Op kruipend vriendelijken toon vroeg hij: „Willen de Sennores niet een kaart voor de stierengevechten? Hedenmiddag is de corrida (stierengevecht). Dit zijn de laatste kaarten, die ik nog heb. De Sennores kunnen in heel Madrid geen kaarten meer krijgen.”
„Hoeveel kosten uw kaarten?” vroeg Raffles.
„Twee realen!” luidde het antwoord.
„Goed, geef ze hier!” sprak de Groote Onbekende.
Maar nauwelijks had hij de kaarten in handen, of de verkooper verwijderde zich plotseling met groote haast, zelfs zonder op betaling te wachten.
Dit stemde Raffles tot nadenken.
Zou hier weer een truc van Talbott achter steken? Doch juist deze mogelijkheid deed hem besluiten, tot elken prijs den vijand het hoofd te bieden— —
Op ongeveer een kwartier afstands van Madrid bevindt zich de groote arena, gebouwd naar het voorbeeld van een Romeinsch circus. Hierheen begaven zich Raffles en Charly Brand.
Buiten prijkte een reuzenschild met het woord: „Corrida.” (Stierengevecht.)
Inwendig cirkelvormig gebouwd, gingen de rijen zitplaatsen geleidelijk in de hoogte als breede, witmarmeren trappen.
Rondom de arena liep een borstwering, die de kampplaats van de ruimte der toeschouwers scheidde.
Nu werden de deuren onder de koningsloge geopend en daaruit kwamen te voorschijn allen, die deel zouden nemen aan de voorstelling.
Het was een schitterende stoet, getooid in blauw atlas, purper-fluweel, vleeschkleurig satijn, geheel bestikt met tressen, zilver en gouden borduursel.
Allen droegen korte, witte mantels van gele of roode kleur, witte kousen, zijden sjerpen om het lijf en spitse mutsjes op het hoofd.
Fanfares weerklonken als teeken dat het spel zou beginnen.
Doodsche stilte heerschte in het gebouw, slechts onderbroken door een dof gebrul, dat steeds naderkwam.
Een reusachtige wilde stier rende door een geopende poort de arena binnen.
Nauwelijks had hij zijn vijanden ontdekt, of met woede snelde hij naar hen toe. Maar deze wisten het beest telkens af te leiden, door om den stier heen te springen en met behulp van roode doeken steeds tot groote woede te prikkelen.
Daar naderde de zoogenaamde Espada, de eigenlijke stierenvechter, die het dier met een handigen degenstoot moet dooden. Hij hield een stok, waaraan een lang, rood doek wapperde, in de linkerhand.
Hoorbare stilte heerschte in het gebouw.
Plotseling hoorden Raffles en Charly Brand achter zich een afschuwelijk schril gelach. Vol ontzetting keken zij om en zagen tot hun schrik Talbott en naast hem aan weerskanten Dent en Kitty.
Het drietal hield een grooten, vuurrooden doek in de handen en aan hun gezichten zag Raffles, dat zij iets vreeselijks voor hadden.
„Talbott!” riep hij vol afkeer uit.
„Ja, ik ben het, Talbott, je vijand!” schreeuwde de ander terug. „En nu is het met je gedaan!” vervolgde hij. „Ik heb je hierheen gelokt en dat is je dood!”
Als een krankzinnige lachte hij.
Plotseling greep hij den rooden doek en begon, vlak achter Raffles en Charly Brand ermee zwaaiend den stier te tergen tot het uiterste.
De oogen van het beest waren met bloed beloopen en puilden ver uit hun kassen.
Opeens stormde hij met een vervaarlijk gebrul op den rooden doek los.
Op dit oogenblik gelukte het Raffles en Charly Brand naar rechts en links opzij te springen. Met bijna bovennatuurlijke kracht sprong de stier op de eikenhouten borstwering, zoodat deze krakend verbrijzeld werd.
Ook Talbott wilde opzij springen, maar hij raakte in den grooten doek verward.
Een duizendvoudige kreet van ontzetting weerklonk door het groote gebouw, toen Talbott neerviel.
Raffles en Brand wisselden bliksemsnel een blik van verstandhouding en haalden hun revolvers te voorschijn.
De stier bukte zich, boorde een secondelang zijn horens diep in het lichaam van den gevallene, om dezen in het volgende oogenblik hoog in de lucht te werpen.
Maar nog voordat dit laatste kon geschieden, gaf Raffles een teeken en twee schoten troffen den stier links en rechts in de oogen.
Brullend zakte hij in elkaar—nog een gerochel en het dier was dood.
Het volk barstte uit in een luid gejubel ter eere van de beide koene vreemdelingen.
Doch nog voordat iemand begreep was er gebeurde, hadden Raffles en Charly Brand zich op Kitty en Dent geworpen en beiden geboeid.
Op den grond lag Talbott den laatsten doodstrijd te strijden.
Politie snelde nu van alle zijden toe en zonder dat de omstanders er iets van begrepen, had Raffles Kitty en Dent overgegeven aan de vertegenwoordigers der wet.
Hij stelde zichzelf en zijn vriend aan hen voor als inspecteur Baxter en detective Marholm van Scotland Yard.
In een van Talbotts schuilhoeken, welke deze nog voor zijn dood bekend maakte, vond men het gestolen schilderij van Velasquez uit het Prado-Museum te Madrid.
Dent en Kitty durfden, nu hun beschermer, de millionnair, was gestorven, niet meer ontkennen.
En terwijl Raffles met vriendschappelijke woorden afscheid nam van de Spaansche politie, sprak hij:
„Het verdere zullen mijn collega’s van de Engelsche politie wel in orde maken, die dezer dagen naar Madrid komen. Mij roepen mijn zaken helaas weer terug naar Londen.”
En allervriendelijkst uitgeleid door de Spaansche ambtenaren van politie, begaf hij zich met Charly Brand naar het hoofdtelegraafkantoor van Madrid, waar hij een geestig telegram verzond aan inspecteur Baxter, Scotland Yard, Londen.
AANTEEKENING
[1] Majordomus = voornaamste bediende, die het toezicht over alles houdt in deftige huizen.