XX.
Besluit.
Al stonden alle klokken in de wereld stil, toch bleef de tijd ongestoord zijn gang gaan; zoowel op 't kleinste dorpje als in de grootste wereldstad; zoowel in de poolstreken als onder den evenaar.
Alles ontwikkelt zich langzaam en geleidelijk tot zijn volle kracht en schoonheid. Dan gaat het weer kwijnen en sterven en plaats maken voor iets anders.
Alles werkt.
De poolrivier, tot op de bodem toe bevroren, moge ook al onbewegelijk schijnen, inderdaad wordt ze door de persing der hooger gelegen ijsmassa's en eigen zwaarte langs de hellende bedding voortgestuwd en in zee gedrongen, waar ze in den vorm van ijsbergen haar reis in de wereld vervolgt.
Over 't _verleden_ heeft niemand macht. Alleen het _heden_ levert ons een sport in de ladder, waarlangs we, al klimmend, vaak met veel moeite, onze bestemming bereiken.
Hoe geheimzinnig eenzaam verheft zich daar in de stille streek, met het groote, wildrijke bosch tot achtergrond het kasteel Heiterloo.
De paden die om 't kasteel en door 't bosch slingeren, zijn weer netjes geharkt, evenals in vervlogen tijden, toen daarover de schoone, levenslustige kinderen der adelijke bewoners in witte of wel kleurige sierlijke kleedjes, "als door feeënhand geknipt", zweefden en streefden.
Als die schoone, vroolijke jeugd hier nu verscheen, welk een eigenaardig contrast zou ze vormen met de twee jongelieden in hun eenvoudige kleederdracht, die hier zoo vertrouwelijk hand in hand voortgaan.
Toch is ook hun Zondagspak heel netjes; 't getuigt van een goeden smaak en zit hun als aan 't lijf gegoten.
't Zijn onze bekenden, Steven de Laat en Tonia van den nachtwacht.
Steven is van zijn gevaarlijke ziekte gelukkig hersteld. Hij heeft nu al gedurende twee jaren zijn vader in de nog steeds bloeiende zaak bijgestaan en in den laatsten tijd het reizen daarvoor geheel op zich genomen. Dat reizen gaat ook veel vlugger en gemakkelijker, dan in zijn vaders jongen tijd; de meeste plaatsen kan hij per trein of tram bereiken. Bovendien zijn tengevolge der nieuwe verkeersmiddelen, in verband met de uitbreiding der politiemacht, de wegen overal in ieder uur van den nacht te passeeren, zonder door roovers te worden bemoeilijkt.
Sinds eenige weken zijn Steven en Tonia getrouwd. Nu doen ze samen een uitstapje naar 't kasteel Heiterloo, dat voor Steven steeds zulk een groote aantrekkingskracht heeft bezeten. De adelijke familie vertoeft nog in 't buitenland en de tuinman, aan wien hij jaarlijks zaden levert, gaf hem gaarne toestemming, om met zijn jonge vrouw het schoone park te bezichtigen. Dat park, zoo keurig onderhouden, is dan ook een bezoek overwaard. Een aantal groote goudkarpers zwemmen troepsgewijs in de heldere vijvers. Waterleliën van verschillende kleuren vertoonen zich boven de oppervlakte, waarin perken met mooie zeldzame bloemen en sierheesters zich spiegelen.
Tonia, die nooit iets dergelijks zag, is één en al bewondering. Aan 't einde van één der vijvers, tusschen zeldzame struiken, welks kleurig loover blinkt in den zonneschijn, zijn twee groote ruiten aangebracht, de eene van rood en de andere van blauw glas.
De jonge vrouw staart door de eerste ruit en ziet nu alles in rooden schijn: het water, de bloemen, de struiken en boomen, de blauwe lucht en de vluchtige wolkjes, die er hier en daar langs zweven. Van verbazing slaat ze de handen samen. "Och, hoe verwonderlijk mooi is hier alles!" zegt ze.
"Kijk nu eens door 't blauwe glas!" zegt haar man, blijde dat zijn lieve vrouw zoo buitengewoon veel genot smaakt bij dit uitstapje.
Zij doet het en nu is alles mooi blauw.
Daar dicht bij op een hoogte staat een koepel, tot boven toe als omlijst met bloeiende rozen. De lucht is vervuld van de geuren der bloemen. In 't hoog geboomte daar achter zingen de vogels als om strijd.
In dien koepel zetten ze zich op de bank neder en genieten van 't bekoorlijk uitzicht. Dan gaan ze weer bewonderend voort over de breede, kronkelende wandelpaden, door hooge sierheesters aan 't gezicht onttrokken en na een bruggetje, over de gracht die de vijvers verbindt, te zijn gepasseerd, opent zich rechts een lange wandeling, met aan weerskanten een dichte haag van bloeiende rozen, die boven hun hoofden een sierlijk gewelf van geurige bloemen vormen.
"Och, hoe heerlijk!" zegt de jonge vrouw.
"Het mooiste komt nog!" zegt haar man. "Kom, gaan we den rozendoolhof eens zien!"
Ze treden er binnen en gaan bewonderend voort over de kronkelende paden, die een kunstig geheel, een doolhof vormen, waarin 't niet gemakkelijk is den weg te vinden. Maar hoe genoegelijk is 't hier, om te dolen! De paden zijn er aan weerszijden ingesloten door een dicht net van hooge rozenstruiken, die van onder tot boven vol bloemen zitten. 't Is er een bloemenwereld, die men meenen zou alleen in 't warm en zonnig Oosten te zullen vinden.
Na eenig zoeken bereiken ze 't midden, waar, tusschen zeldzame gewassen, rotswerken en leuke beeldengroepen te zien zijn. Aardige dwergen staan er gereed om ter jacht te gaan; ze blazen op horens, zijn met een of ander handwerk bezig of zitten rustig een pijp te rooken. Een vos speelt er voor barbier en staat er heel deftig met een ernstig gezicht een haas te scheren. Jonge hazen zitten er om rond en kijken nieuwsgierig toe. Men vindt er konijnen, kippen met een haan aan 't hoofd, kikvorschen en zoo al meer, alles in natuurlijke grootte.
Op een bank zetten zij zich neer, arm in arm, gelukkig in elkanders bezit.
De bloemen keeren hun kleurige kelken naar de zon; ze drinken als 't ware het reine licht en de koesterende warmte met volle teugen in. De lucht is geheel vervuld met haar zoete geuren. 't Is, als ademde men hier in een droomwereld.
Toen ons jeugdig paartje weer huiswaarts ging door de schoone, stille streek, zoo gelukkig als menschen maar wezen kunnen, breidde zich ook daarbuiten de wereld om hen heen uit in heerlijken zonneschijn. De vogels zongen hun mooiste lied; bonte vlinders zweefden rond en puurden geurigen nectar uit de bloemen, die als met kwistige hand voor hun voeten waren gestrooid.
Nog eens zien ze om naar het eeuwenoud gebouw.
De windvaan op den toren wijst naar 't zoele Zuiden en schittert hen tegen, als ware ze van een edel metaal gesmeed, "waar, goudener dan goud, het goud geen proef bij houdt."
_EINDE_.
[ Transcriber's Notes
Het papieren boek accentueert sommige woorden met uitgebreidere letterafstand ("expanded letter-spacing"). In deze platte-tekst versie wordt dit met underscores aangegeven:
_gespatieerde tekst_
Bladzijdenummers zijn in de 'platte-tekst'-versie weggelaten. In de HTML-versie zijn ze wel zichtbaar, maar virtueel, wat het voordeel heeft dat u kunt zoeken op tekst-fragmenten zonder dat de bladzijde-nummers het zoeken hinderen.
Voor het gemak van de lezer is een lijst van illustraties toegevoegd na de inhoudsopgave (alleen in de "HTML"-versie).
Voor de hand liggende interpunctie fouten zijn gecorrigeerd maar worden hier verder niet genoemd.
Dit boek bevat een aantal zetfouten. De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
[sprak vrouw Verlaat.] -> [sprak vrouw Verlaar.] {Ook al komt de achternaam "Verlaat" 1x voor, uit de context is op te maken dat dit "Verlaar" moet zijn.}
[kleine tuschenpoozen] -> [kleine tusschenpoozen]
[Hoe de kleine Steven zijn speelmaker verloor.] -> [Hoe de kleine Steven zijn speelmakker verloor.] {Staat in de inhoudsopgave goed, maar fout verderop in het boek.}
[maar zelf zijn kleeren] -> [maar zelfs zijn kleeren]
[toe ze den hun] -> [toen ze den hun]
[hadden beooordeeld en ze] -> [hadden beoordeeld en ze]
[bakkers Antoon is] -> [bakker Antoon is] {"bakkers" is meervoud van "bakker" terwijl het hier maar één persoon betreft. Bovendien is verderop in de tekst sprake van "Antoon van den bakker" en ook is er een "bakker Joosten" waarin ook geen meervoud is gebruikt.}
[was op somige plaatsen] -> [was op sommige plaatsen]
[tevens vor de] -> [tevens voor de]
[overal de opene plekken] -> [overal de open plekken]
[die blijk-blijkbaar zijn] -> [die blijkbaar zijn]
[stappen waren onstaan.] -> [stappen waren ontstaan.]
[dat de Liefde de meeste is.] -> [dat de Liefde de meester is.]
[XX. esluit.] -> [XX. Besluit.] {Staat in de inhoudsopgave goed, maar fout verderop in het boek.}
[is 't, hier om te] -> [is 't hier, om te]
Mogelijke zetfouten waarvan niet kon worden vastgesteld of dit inderdaad fouten zijn (en dus niet gecorrigeerd), maar wel interessant om op te merken:
[lekte de twee] {Deze schrijfwijze, "lekte", komt 2x voor, terwijl de hedendaagse schrijfwijze "likte" ook 1x voor komt. Dit is niet gecorrigeerd.}
[Stins] / [Stint] Beiden zijn achternamen voor dezelfde persoon en beiden komen 1x voor. Welke juist is, blijft onduidelijk, en daarom is dit niet gecorrigeerd.
[rojaal] en [rojaalsten] {Of deze spelling in 1916 gangbaar was, kon niet worden achterhaald.}
]