Part 84
„Kom, kom, beste heer,” zei George; „gij moet u de zaak niet zoo aantrekken! Alles kan beter afloopen dan gij verwacht Gij zijt zeker niet de eerste mijnheer, die een ander gedood heeft en het er toch best afgebragt heeft!”
„Gij hebt het heel en al mis,” zei Partridge; „die mijnheer is niet dood en loopt geen gevaar van te sterven. Plaag nu mijnheer Jones niet; want hij tobt over iets, waarbij gij hem onmogelijk helpen kunt.”
„Gij weet volstrekt niet waartoe ik in staat ben, baas Partridge,” hernam George. „Als mijnheer over de jonge dame tobt, heb ik hem wat nieuws mede te deelen.”
„Hoe! Wat zegt gij, George?” riep Jones. „Is er in den laatsten tijd iets met mijne Sophia gebeurd? Mijne Sophia! Hoe durft een ellendeling als ik, haar zoo nog te noemen?”
„Ik hoop toch dat zij nog de uwe zal worden,” hernam George. „Want, ja, mijnheer, ik heb u wel iets dat haar aangaat, te melden. Jufvrouw Western heeft pas jufvrouw Sophia weer naar huis gebragt en er is een geweldig spektakel geweest. Waarover het precies was, heb ik niet kunnen vernemen; maar mijnheer was vreesselijk driftig en jufvrouw Western ook en ik hoorde haar zeggen, toen zij de deur uitging, en in den draagstoel klom, dat zij nooit van haar leven weer bij mijnheer in huis zou komen. Ik weet niet wat het is,—natuurlijk,—maar alles was weer heel stil toen ik de deur uitging;—en Robert, die aan tafel bediende, zeide dat hij in langen tijd mijn